Leren vanaf het begin

Rekenen begint al in groep 1 en 2. We volgen de leerlijnen voor het jonge kind en werken doelgericht met concreet materiaal. Tijdens activiteiten in de kring en in de rekenhoek ontdekken kinderen hoeveelheden, patronen en vormen. Zo ontstaat een stevige basis waarop zij in de jaren daarna verder bouwen.

Een stevige basis in een betekenisvolle context

Vanaf groep 3 krijgen kinderen rekenonderwijs in situaties die voor hen herkenbaar en betekenisvol zijn. We bieden duidelijke strategieën aan en oefenen hoe leerlingen deze kunnen toepassen in nieuwe situaties. In groep 3 werken we met Semsom, een methode die aansluit bij de overgang van speels leren naar meer zelfstandigheid. Bewegend leren is hierin een vast onderdeel.

Methodegebruik in groep 4-8

In groep 4 t/m 8 gebruiken we Pluspunt 4. Nieuwe doelen worden aangeleerd met het werkboek; vanaf groep 5 onderhouden kinderen hun rekenvaardigheid daarnaast digitaal. Het uitrekenschrift blijft belangrijk: daarin laten leerlingen hun denkstappen en strategieën zien.

Automatiseren van basisvaardigheden

Voor een goede rekenontwikkeling is het belangrijk dat kinderen de basisbewerkingen vlot kunnen uitvoeren. Daarom besteden we gericht tijd aan het automatiseren van sommen tot 20, de tafels van vermenigvuldiging en andere kernvaardigheden. We werken met de rekenmuur, die kinderen inzicht geeft in de opbouw en volgorde van automatiseringsdoelen. Door regelmatig te oefenen — tijdens de les én in korte oefenmomenten — bouwen leerlingen snelheid en zekerheid op. Dit geeft ruimte om bij complexere opdrachten te focussen op de strategie.

Ruimte voor verschillen

Ieder kind leert op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Daarom passen we ons rekenonderwijs binnen de groep aan de behoeften van leerlingen aan. Kinderen die meer uitleg nodig hebben, krijgen extra begeleiding en gerichte oefenmomenten. Leerlingen die de stof snel oppakken, krijgen opdrachten die verdiepen of verbreden. Zo krijgt ieder kind de ondersteuning of uitdaging die past bij zijn of haar ontwikkeling, en kan iedereen groeien naar een niveau dat bij hem of haar past.

Doelen en referentieniveaus

Aan het eind van de basisschool willen we dat alle kinderen minstens het niveau 1F bereiken. Dit betekent dat zij de belangrijkste rekendoelen beheersen en deze kunnen toepassen in praktische situaties. Een deel van de leerlingen haalt daarnaast 1S, een hoger niveau waarmee ze laten zien dat ze meer complexere rekenvaardigheden beheersen. Elk jaar bekijken we hoeveel kinderen dit hogere niveau kunnen behalen. Zo houden we rekening met de mogelijkheden van de groep en zorgen we dat elk kind op zijn of haar eigen niveau kan groeien.

Toetsing en voortgang

We volgen de ontwikkeling van leerlingen op verschillende momenten:

  • Kortetermijndoelen toetsen we via de methode.

  • Langetermijndoelen volgen we in Leerling in Beeld en onze schooleigen ambities.

  • Voor de doorstroomtoets maken we gebruik van AMN.